Wij plaatsen Functionele cookies, om deze website naar behoren te laten functioneren en Analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.

Meer informatie

Instroom studenten stijgt, maar inspanningen blijven nodig

Instroom studenten stijgt, maar inspanningen blijven nodig

Het opleiden van genoeg medewerkers voor de toekomstige arbeidsmarkt rondom zorg en welzijn is één van de grootste uitdagingen. Uit onderzoek van Bureau Bartels naar de instroom, deelname en diplomering van studenten binnen het werkgebied van WGV Zorg en Welzijn blijkt dat de regio het ten opzichte van landelijke cijfers goed doet. Tegenhanger hiervan is echter dat regio Oost-Nederland deze toekomstige potentiële medewerkers hard nodig zal hebben. Actieprogramma’s zoals RAAT en doorlopende inspanningen rondom dit thema blijven daarom onmisbaar.

In studiejaar 2018/2019 zijn in het werkgebied van WGV Zorg en Welzijn maar liefst 8.752 mbo-studenten en 4.208 hbo-studenten begonnen aan een opleiding binnen zorg en welzijn. Dit is een stijging van 5% ten opzichte van een jaar eerder. Het is daarnaast ook ruim boven het aantal instromers dat van Oost-Nederland verwacht mag worden op basis van het inwoneraantal van deze regio. De grootste groei aan instromers vindt zowel in het mbo als het hbo plaats bij de welzijnsopleidingen, zoals gehandicaptenzorg en social work, en zorgopleidingen met een sterk sociaal karakter, zoals maatschappelijke zorg, verzorgende en helpende. Hiermee worden landelijke trends gevolgd.

Vertragingseffect
Het duurt echter helaas een aantal jaren voordat de arbeidsmarkt kan profiteren van de stijgende instroom van studenten. In het afgelopen jaar is het aantal mbo-gediplomeerden in zorg en welzijn zelfs afgenomen met 3%. Ook bij hbo-zorgopleidingen is een lichte daling waarneembaar in het aantal gediplomeerden . Dit zijn restverschijnselen van perioden met lage instroom in eerdere jaren. Hier staat tegenover dat welzijnsopleidingen in 2017/2018 ruim 10% meer gediplomeerden kenden dan een jaar eerder.

Rendement
Om in de komende jaren zoveel mogelijk te profiteren van de verhoogde instroom en deelname van studenten is het van belang om een hoog studierendement te realiseren. Vanuit scholen en werkgevers binnen WGV Zorg en Welzijn wordt hier bijvoorbeeld op ingezet door flexibilisering van het onderwijs en het bieden van maatwerk rondom het leertraject van de studenten. Hiermee bewerkstelligen zij momenteel een studierendement van rond de 63% (gelijk aan het landelijk gemiddelde).

Naast het studierendement is het sectorrendement essentieel, omdat dit iets zegt over in hoeverre de arbeidsmarkt voorzien wordt van nieuwe arbeidskrachten vanuit de bijbehorende opleidingen. Voor zowel mbo- als hbo-opleidingen geldt dat het sectorrendement binnen WGV Zorg en Welzijn (aanzienlijk) hoger ligt dan het landelijk gemiddelde, namelijk op circa 75%. Dit betekent dat ongeveer driekwart van de afgestudeerde studenten behouden blijft voor de sector. Vanuit werkgevers wordt hier ook actief op ingezet, bijvoorbeeld door het aanbieden van contracten aan afstuderende studenten. Ook ‘goed werkgeverschap’ wordt door organisaties ingezet om studenten aan zich te binden en zo te behouden voor de sector.

Leren en werken
Uit cijfers blijkt duidelijk dat opleidingsvormen met combinaties van leren-werken, zoals BBL, duaal of deeltijd, resulteren in een hoger studie- en sectorrendement. Gemiddeld gezien liggen de rendementen bij deze opleidingsvormen ruim 20 procentpunt hoger dan bij voltijdsvarianten. Dit betekent dat het voor werkgevers en onderwijsinstellingen loont om toekomstige medewerkers via deze opleidingsvormen op te leiden. Ook onder studenten worden de leren-werken opleidingen steeds populairder. In het mbo is afgelopen jaar het aantal instromers bij de BBL-opleidingen met 25% gegroeid ten opzichte van vorig jaar. In het hbo betrof de stijging van de deeltijd-variant maar liefst 32%. De trend van een leven lang ontwikkelen uit zich daarmee ook sterk in deze sector, waar steeds meer ruimte is voor een flexibele leercultuur.

Groeiende vraag
Wanneer we kijken naar de arbeidsmarkt, dan zien we dat het aantal werkenden in de sector zorg en welzijn al jaren toeneemt. Alleen al in het werkgebied van WGV Zorg en Welzijn steeg het aantal medewerkers in de sector van bijna 147.000 (2016) naar bijna 156.000 (2018). De vergrijzing van Oost-Nederland zet echter evenredig gestaag door. In de Achterhoek bedraagt het aantal 65+’ers ten opzichte van het werkende deel van de bevolking intussen al maar liefst 41%.

De vraag naar gekwalificeerd personeel zal daarom alleen maar groter worden. Vanuit de verschillende RAAT’s ligt de focus wat betreft onderwijs daarom op het verhogen van de instroom- en opleidingscapaciteit, onderwijsvernieuwingen en het op peil houden van het opleidings- en sectorrendement. Deze drie aspecten komen samen in de roep vanuit werkgevers en onderwijsinstellingen om flexibilisering van het onderwijs. Praktijkgericht en flexibel onderwijs draagt in hun optiek namelijk bij aan:
• het aantrekken van nieuwe potentiële studenten en medewerkers (zoals zij-instromers, post-initieel onderwijs, etc.);
• het op peil houden van studie- en sectorrendementen;
• het aansluiten van het onderwijs op vraagstukken uit de praktijk.

Ondanks de relatief positieve cijfers wat betreft instroom, deelname en diplomering binnen het werkgebied van WGV Zorg en Welzijn is het dus zaak om alert te zijn en actief te werken aan de toekomst.

Het gehele Instroomonderzoek zorg en welzijn 2019 vindt u hier.

Wij plaatsen Functionele cookies, om deze website naar behoren te laten functioneren en Analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.

Meer informatie